“Ik voel me helemaal thuis in Nederland maar de minister vindt van niet. Hij stuurt me terug naar Azerbeidzjan”. Dat horen we de vijftienjarige Anna frank en vrij zeggen in het oog van de camera bij de Vara serie “Nederland zwaait uit”. Zij en andere jonge vluchtelingen, goed geworteld in Nederland, dreigen uitgezet te worden. En onze reactie daarbij? Geraakt, onverschillig of verontwaardigd? Dit speelt zich af in ons eigen land. Andere, meer dramatische taferelen krijgen we ook te zien, weliswaar verder weg: zinkende boten, vol geladen met vluchtende Afrikanen, duizenden mensen bijeen gedreven in tenten. Gruwen we ervan of wennen we eraan?
Naar zeggen van de UNHCR ( De VN organisatie voor de vluchtelingen) zijn er meer dan 40 miljoen mensen die huis en haard hebben moeten verlaten wegens oorlog of vrees voor vervolging. Allen op zoek naar bescherming en veiligheid; en daar hebben ze recht op! Het staat geschreven in het Internationale Verdrag betreffende de Status van Vluchtelingen, ofwel de Conventie van Genève, dat mede op initiatief van Nederland in 1951 tot stand kwam. Een rechtvaardige uitvoering van de Conventie laat echter te wensen over. Economische en politieke belangen doorkruisen de rechten van vluchtelingen.
Waarom een Dag van de Vluchteling?
om het lot van zoveel ontheemden wereldwijd onder de aandacht te brengen, stelde de Algemene Vergadering van de VN in 2000 de Internationale Dag van de Vluchteling in. Zo’n dag werd voor de eerste keer op 20 juni 2001 gehouden en nu vieren meer dan 100 landen deze bijzondere dag. We zijn nu 10 jaar verder. En wat is er veranderd? De kijk op asielzoekers, de gastvrijheid, de humane omgang…? Er rijzen twijfels. Zie bijvoorbeeld de reacties van EU landen als gevolg van de recente gebeurtenissen in enkele Arabische landen. Een dubieuze houding. Enerzijds juicht iedereen de Arabische lente toe, anderzijds bespeurt men een rilling van angst bij het zien van het hoge aantal mensen dat op de vlucht slaat. Het EU bestuur bedenkt snel nieuwe maatregelen om de grenzen strenger te controleren. Het regelen van de toegang ligt in handen van de regeringen en dat is terecht. Maar door een strenge en restrictieve toepassing van de ingestelde wet, raken teveel asielzoekers in ongewenste en inhumane situaties .Ook in Nederland waar het politieke klimaat t.o. v. vluchtelingen is verhard. Op vele plekken, voornamelijk in de grote steden zijn daarom, naast het reguliere Vluchtelingenwerk Nederland, instellingen ontstaan, gedragen door deskundigen en vele vrijwilligers die zich het lot aantrekken van uitgeprocedeerde asielzoekers. Vluchtelingen in de Knel, Eindhoven, is zo’n instelling.
Inzet van kerken en Moskeeën
Elk jaar opnieuw grijpt Vluchtelingen in de Knel de Dag van de Vluchteling aan, als een gelegenheid bij uitstek, om de plaatselijke bevolking te interesseren voor de problematiek van de vluchtelingen. Kerken en Moskeeën worden dan belangrijke partners om de mensen te bereiken en de geplande acties te doen slagen. Vanuit hun traditie van Caritas en Barmhartigheid schenken zij bijzondere aandacht aan de kwetsbare groepen in hun midden en kunnen ze hun gelovigen oproepen de meest kwetsbaren van deze tijd de plaats te geven die hun toekomt. De geschiedenis leert dat kerken in het verleden dankbare schuil- en opvangplaatsen waren voor vluchtende mensen. In de Schrift, waaruit velen nog inspiratie putten, krijgen vreemdelingen en armen een voorkeursbehandeling. In die geest willen kerken en Moskeeën hun boodschap blijven verkondigen. Voorgangers worden daarom gevraagd, op een dag als deze, in de diensten aandacht te besteden aan vluchtelingen en te wijzen op de talrijke mogelijkheden om Barmhartige Samaritaan te zijn en de “naasten”te worden van deze medeburgers, respectvol over hen te spreken, hen te ontvangen en naar ze te luisteren. Al ken je elkaars taal niet, soms lukt het toch elkaars vriend te worden. In zijn roman “Het Kleine Meisje van Meneer Linh”vertelt Philippe Claudel op ontroerende wijze hoe een verwarde oude vluchteling, dankzij de vriendelijke toenadering van een leeftijdgenoot, thuis raakt in zijn nieuw land. En dat gebeurt zomaar zittend naast elkaar op een bank in het park, met een glimlach, een warme handdruk, een schouderklopje.
Vluchtelingen: wie zijn ze, wat maken ze mee?
In diezelfde geest gaat Stichting Vluchtelingen in de Knel aan de slag, samen met de werkgroep Humaan Omgaan met Vluchtelingen en andere sympathiserende instellingen. In het weekend voorafgaande aan 20 juni, organiseren zij diverse activiteiten om asielzoekers uit het verdomhoekje te halen, hun een naam en een gezicht te geven zonder afbreuk te doen aan hun privacy. Want eigenlijk mogen ze er niet zijn. Maar ze zijn er toch en hun verhaal moet gehoord worden: wie ze zijn en wat ze meemaken op zoek naar een veilig bestaan.
Op de eerste plaats zijn het mensen die in hun land gevaar lopen. Vertrekken is geen vrije
keuze. Ze willen ontsnappen aan vervolgingen, geweld, martelingen, gevangenschap omdat ze politiek oppositie voeren of acties voor de Rechten van de mens, lid zijn van een godsdienstige of etnische minderheid. Het gaat ook om vrouwen die een gedwongen huwelijk of seksuele verminkingen afwijzen en om mensen die niet veilig zijn omwille van hun geaardheid. Ieder heeft zijn eigen reden om huis, familie, vrienden, werk achter zich te laten.
Hun “exodus”is alles behalve veilig. Daar zijn we helaas dagelijks getuigen ervan. Denken ze een veilige haven bereikt te hebben dan moeten zij eerst bewijzen dat zij geen gelukzoekers, geen profiteurs, ja zelfs geen terroristen zijn. Het screenapparaat van de IND treedt in werking een week na hun binnenkomen in Nederland. Ze worden gehoord met bijstand van een tolk. Soms kunnen ze hun situatie met een advocaat bespreken. Binnen twee weken horen ze de uitslag. Bij een positieve beslissing krijgen ze een tijdelijke verblijfsvergunning en worden ze toevertrouwd aan de zorg van Vluchtelingen Werk Nederland. Bij twijfel gaan ze naar een asielzoekerscentrum voor nader onderzoek. Is de asielaanvraag afgewezen, wat veelal gebeurt als zij niet over de juiste identiteitspapieren beschikken, dan moeten zij meteen terug… Als het kan! Meestal kan het niet, want ze zijn niet voor niets gevlucht. Ze zijn aan hun lot overgelaten. Het wordt voor hen overleven aan de rand van onze georganiseerde samenleving. Ze mogen niet werken, hebben geen inkomen. Traumatische ervaringen, onzekerheid over hun toekomst maken hen letterlijk ziek. De toegang tot de medische voorzieningen is voor hen echter moeilijk en ingewikkeld. Vallen ze in handen van de politie dan komen ze terecht in de vreemdelingenbewaring, leest u maar gevangenis: ze worden gecriminaliseerd zonder iets misdaan te hebben. ’t Is Gód geklaagd!
Een plicht om voor hen op te komen
Het zijn voornamelijk deze uitgeprocedeerde asielzoekers die, vermoeid en hulpeloos, bij Vluchtelingen in de Knel aankloppen, hun schamel bezit bij elkaar gepakt in een koffer of een tas. Het is voor ons een plicht voor hen op te komen en hun vertrouwen te geven in een nieuwe toekomst. Die toekomst ligt op de eerste plaats in hun eigen handen. Hun inzet en deskundigheid zijn daarom van belang bij het opnieuw bestuderen van hun dossier. Voor sommigen leidt dit tot het voorbereiden van een veilige terugkeer. Bij anderen ontdekt men enige kansen voor het opstarten van een nieuwe procedure. Ondertussen wordt er gezocht naar opvang en krijgen ze wat leefgeld. Maar wat een lange wachttijd in het vooruitzicht! De ervaring leert dat het lang wachten in onzekerheid een bron is van fysieke en geestelijke kwalen. Vandaar de noodzaak van medische en menslievende zorg en vooral van een menswaardige behandeling. En daar zijn alle medewerkers en vrijwilligers alert op. Asielzoekers zijn namelijk meer dan dossiers. Op de Dag van de Vluchteling mag dit aan de grote klok worden gehangen. Dat velen het mogen horen en hopelijk ernaar gaan handelen.
Coördinatiegroep voor de Dag van de Vluchtelingen, Eindhoven.
Uit de: De Roerom
